Словарь
12 слов · страница 1 из 1
uiA1
лук
Van een ui moet ik huilen.
uitA1
из
Ik kom uit Oekraïne.
uitgaveA2
трата, расход
Dit is een grote uitgave voor ons.
uitgevenA2
тратить
Ik geef te veel geld uit aan eten.
uitkomenA2
подходить (о времени)
Komt dinsdag jou goed uit?
uitspraakA2
произношение
Je uitspraak is al veel beter.
uitstappenA2
выходить (из транспорта)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitverkochtA2
распродано
Die maat is helaas uitverkocht.
uitverkoopA2
распродажа
In januari is er uitverkoop.
uitzoekenA2
выяснять
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
uniformA2
форма
Op dit werk draag je een uniform.
uurA1
час
De les duurt één uur.

