Словарь
89 слов · страница 1 из 4
taakA2
задача
Dat is niet mijn taak.
taakinhoudB1
содержание работы
De taakinhoud verandert vanaf januari.
taakomschrijvingA2
описание обязанностей
Dat staat niet in mijn taakomschrijving.
taakstellingB1
поставленная задача
De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.
taakverantwoordelijkheidB1
ответственность за задачу
Iedereen kent zijn eigen taakverantwoordelijkheid.
taakverdelingB1
распределение обязанностей
We maken een duidelijke taakverdeling.
taalA1
язык
Nederlands is een moeilijke taal.
taalcursusB1
языковой курс
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
taaleisB1
языковое требование
Er geldt een taaleis van niveau B1.
taalexamenB1
языковой экзамен
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
taalfoutB1
языковая ошибка
In je brief staan een paar taalfouten.
taallesA2
урок языка
Ik heb twee keer per week taalles.
taalniveauB1
уровень языка
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
taalondersteuningB1
языковая поддержка
Er is taalondersteuning voor nieuwkomers.
taalportfolioB1
языковое портфолио
In je taalportfolio verzamel je je resultaten.
taaltipB1
языковой совет
De docent gaf een handige taaltip.
taaltoetsA2
языковой тест
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
taalvaardigheidB1
владение языком
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
taartA1
торт
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
tafelA1
стол
Het eten staat op tafel.
takenlijstA2
список задач
Ik werk mijn takenlijst af.
takenpakketB1
круг обязанностей
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
tandartsA2
стоматолог
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
tandenborstelA1
зубная щётка
Vergeet je tandenborstel niet.

