Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

139 слов · страница 4 из 6

  • de sokA1

    носок

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • de sollicitatieA2

    заявка на работу

    Mijn sollicitatie is afgewezen.

  • het sollicitatiegesprekA2

    собеседование

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • somberA2

    унылый, подавленный

    In november voel ik me vaak somber.

  • sommigeA1

    некоторые

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • somsA1

    иногда

    Soms neem ik de bus.

  • soortA1

    вид; сорт

    Deze soort staat op de rode lijst.

  • sorryA1

    извините

    Sorry, ik ben te laat.

  • het spaargeldA2

    сбережения

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • de spaarpotA2

    копилка

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • spannendA2

    волнующий, напряжённый

    Het examen vond hij vooral spannend.

  • de spanningA2

    напряжение

    Er hing spanning in de kamer.

  • sparenA2

    spaarde · hebben gespaard

    копить

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • speciaalA2

    специальный, особый

    Dit restaurant heeft een speciaal menu voor kinderen.

  • het spelA2

    игра (настольная, компьютерная)

    We spelen op zondag vaak een spel met de kinderen.

  • spelenA1

    speelde · hebben gespeeld

    играть

    De kinderen spelen in de tuin.


    происходить, разворачиваться (о действии)

    Het verhaal speelt in Amsterdam, vlak na de oorlog.

  • de spelerA2

    игрок

    Elke speler krijgt aan het begin vijf kaarten.

  • de spiegelA1

    зеркало

    Er hangt een spiegel in de gang.

  • de spierA1

    мышца

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • de spinazieA1

    шпинат

    Spinazie zit vol ijzer.

  • de spoedA2

    неотложный случай

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • de sportA1

    спорт

    Welke sport doe jij?

  • het spreekuurA2

    часы приёма

    Het spreekuur is van negen tot elf.

  • sprekenA1неправильный

    sprak · spraken · hebben gesproken

    говорить

    Spreekt u Nederlands?

  • springenA1неправильный

    sprong · sprongen · hebben/zijn gesprongen

    прыгать

    Hij sprong over de sloot.