Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

98 слов · страница 4 из 4

  • staanA1

    стоять

    De auto staat voor het huis.

  • stadA1

    город

    Amsterdam is een grote stad.

  • statiegeldA2

    залог за тару

    Op flessen zit statiegeld.

  • stationA2

    вокзал

    Het station is vlak bij mijn huis.

  • sterkA1

    сильный

    Hij is heel sterk.

  • stiefmoederA1

    мачеха

    Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.

  • stilA1

    тихий

    Wees even stil, alsjeblieft.

  • stoelA1

    стул

    Neem een stoel en ga zitten.

  • stoepA2

    тротуар

    Loop op de stoep, niet op het fietspad.

  • stofzuigenA2

    пылесосить

    Ik stofzuig één keer per week.

  • stofzuigerA2

    пылесос

    Waar staat de stofzuiger?

  • stopcontactA1

    розетка

    Er is hier geen stopcontact.

  • stoppenA2

    прекращать, останавливать

    Hij is gestopt met roken.

  • storingA2

    неисправность

    Er is een storing in de verwarming.

  • stortingA2

    внесение средств

    De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.

  • straatA1

    улица

    Ik woon in een rustige straat.

  • straksA1

    скоро, попозже

    Ik bel je straks even terug.

  • stroopwafelA1

    стропвафля

    Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.

  • stukA1

    кусок

    Wil je een stuk taart?

  • sturenA1

    отправлять

    Ik stuur je vanavond een bericht.

  • suikerA2

    сахар

    Ik doe geen suiker in mijn thee.

  • suikervrijA1

    без сахара

    Deze thee is suikervrij.

  • supermarktA2

    супермаркет

    De supermarkt is tot tien uur open.