Словарь
202 слов · страница 4 из 9
regeringszetelB2
местопребывание правительства
Den Haag is de regeringszetel.
regieaanwijzingB2
режиссёрская ремарка
De regieaanwijzingen staan cursief.
regisseurB2
режиссёр
De regisseur won een prijs voor deze film.
registerB2
предметный указатель
Achterin staat een register op onderwerp.
reigerB2
цапля
Er staat een reiger langs de sloot.
reisA2
поездка
De reis duurt twee uur.
reisadviesB1
рекомендации по маршруту
Kijk op de app voor het actuele reisadvies.
reisbureauB2
турагентство
Zij boekte alles via een reisbureau.
reisdocumentB1
проездной документ
Neem een geldig reisdocument mee.
reisduurA2
продолжительность поездки
De reisduur is ongeveer 45 minuten.
reisgidsB1
путеводитель
In de reisgids staan alle bezienswaardigheden.
reiskostenA2
транспортные расходы
De reiskosten worden vergoed.
reiskostenvergoedingB1
компенсация проезда
Krijg je een reiskostenvergoeding van je werk?
reisorganisatieB1
туроператор
De reisorganisatie regelt het hotel.
reisplanB1
план поездки
Ons reisplan is nog niet definitief.
reisplannerB1
планировщик поездки
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
reisplanningB1
планирование поездки
Doe je reisplanning de avond ervoor.
reisschemaB1
график поездки
Ons reisschema staat in de app.
reistijdA2
время в пути
De reistijd is ongeveer een uur.
reisverslagB1
путевые заметки
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
reisverzekeringA2
туристическая страховка
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
путешествовать, ездить
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
считать, вычислять
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
rekeningA2
счёт
De rekening komt volgende week.
rekeningnummerA2
номер счёта
Geef je rekeningnummer door.

