Словарь
86 слов · страница 3 из 4
resultaatafspraakB1
договорённость о результатах
We maken jaarlijks resultaatafspraken.
retournerenA2
возвращать (товар)
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
retourzendingA2
возврат товара
De retourzending is gratis.
revalidatieB1
реабилитация
De revalidatie duurt enkele maanden.
revalidatiecentrumB1
реабилитационный центр
Na het ongeluk lag hij in een revalidatiecentrum.
richtingA2
направление
Je moet de andere richting op.
rijA2
очередь
Er staat een lange rij bij de kassa.
rijbewijsB1
водительские права
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
rijbewijsverlengingB1
продление прав
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
rijdenA2
ехать, водить
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
rijexamenB1
экзамен по вождению
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
rijgedragB1
манера вождения
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.
rijgeschiktheidB1
годность к вождению
Boven de 75 wordt de rijgeschiktheid gekeurd.
rijkA1
богатый
Zij komt uit een rijke familie.
rijlesB1
урок вождения
Ik neem sinds maart rijles.
rijstA1
рис
We eten vanavond rijst met groente.
rijstrookB1
полоса движения
De rechter rijstrook is afgesloten.
rijvaardigheidB1
водительские навыки
Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.
rivierB1
река
De rivier loopt door de stad.
roepenA1
звать, кричать
Roep me als je klaar bent.
roerenA2
помешивать
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
rokenB1
курить
Roken is hier niet toegestaan.
rommelA1
беспорядок
Wat een rommel in deze kamer!
rondA1
круглый
De tafel is rond.
roodA1
красный
Ze draagt een rode jas.

