Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

41 слов · страница 1 из 2

  • oefenenB1

    oefende · hebben geoefend

    упражняться, практиковаться

    Je moet elke dag oefenen.

  • omgaanB1отделяемыйнеправильный

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    обходиться, справляться (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderhandelenB1

    onderhandelde · hebben onderhandeld

    вести переговоры

    We onderhandelen nog over de prijs.

  • ondersteunenB1

    ondersteunde · hebben ondersteund

    поддерживать, помогать

    De coach ondersteunt nieuwe medewerkers in hun eerste weken.

  • ondertekenenA2

    ondertekende · hebben ondertekend

    подписывать

    Onderteken het contract onderaan.

  • onderzoekenA2неправильный

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    расследовать

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    обследовать (пациента)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2неправильный

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    завтракать

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontdekkenA2

    ontdekte · hebben ontdekt

    обнаруживать

    Ik ontdekte een fout in het formulier.

  • onthoudenA2неправильный

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    запоминать

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontmoetenA2

    ontmoette · hebben ontmoet

    встречать, знакомиться

    Ik heb haar op een cursus ontmoet.

  • ontslaanA2неправильный

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    увольнять

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontsnappenB1

    ontsnapte · zijn ontsnapt

    сбегать

    Twee gevangenen zijn uit de gevangenis ontsnapt.

  • ontspannenB1неправильный

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    расслабляться

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1неправильный

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    возникать

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1неправильный

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    получать; принимать (гостей)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    разрабатывать, развивать (что-то)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenвозвратный

    развиваться

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • opbellenA2отделяемый

    belde op · hebben opgebeld

    звонить (по телефону)

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2отделяемыйнеправильный

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    убирать (на место)

    Berg je spullen op in de kast.

  • openenA1

    opende · hebben geopend

    открывать

    De winkel opent om negen uur.

  • ophalenA2отделяемый

    haalde op · hebben opgehaald

    забирать, заезжать за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • oplettenA2отделяемый

    lette op · hebben opgelet

    быть внимательным

    Let goed op bij het oversteken.

  • oplossenB1отделяемый

    loste op · hebben opgelost

    решать (проблему); растворять

    Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.

  • opnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    брать трубку; записывать

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    снимать (деньги)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opruimenA2отделяемый

    ruimde op · hebben opgeruimd

    прибирать (вещи)

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2отделяемыйнеправильный

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записать

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?