Словарь
12 слов · страница 1 из 1
de ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
oktoberA1
октябрь
In oktober vallen de bladeren.
de olijfA1
олива, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
бабушка
Mijn oma woont in een klein dorp.
het onderzoekA1
обследование, исследование
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
de ontwikkelingA1
развитие
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
het oogA1
глаз
Er zit iets in mijn oog.
de oomA1
дядя
Mijn oom woont in Duitsland.
het oorA1
ухо
Mijn oor doet pijn.
de opaA1
дедушка
Mijn opa vertelt graag verhalen.
de oudersA1
родители
Mijn ouders wonen nog in Polen.
de overheidA1
государство, власти
De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

