Словарь
21 слов · страница 1 из 1
ogenschijnlijkB2
на первый взгляд
Het probleem is ogenschijnlijk klein.
onafhankelijkB2
независимый
De rechter oordeelt onafhankelijk.
onbewogenB2
невозмутимый
Hij bleef onbewogen onder de kritiek.
ondubbelzinnigB2
недвусмысленный
Zijn antwoord was ondubbelzinnig: nee.
ongeduldigA2
нетерпеливый
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongedwongenB2
непринуждённый
De sfeer was ongedwongen.
ongerustA2
встревоженный
Ik was ongerust toen je niet belde.
onopvallendB2
неприметный
Hij ging onopvallend naar buiten.
onrustigA2
беспокойный
Ik sliep onrustig voor het examen.
onschuldigB2
невиновный
Je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is.
ontevredenB2
недовольный
Veel bewoners zijn ontevreden over het besluit.
ontmoedigendB2
обескураживающий
Zo veel fouten is ontmoedigend.
onverschilligB2
равнодушный
Hij reageerde onverschillig op het nieuws.
openA1
открытый
De winkel is nog open.
openbaarB1
публичный, общественный
De vergadering is openbaar.
openhartigB2
откровенный
Hij sprak openhartig over zijn fouten.
opgeluchtA2
испытавший облегчение
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgetogenB2
восторженный
Zij was opgetogen over het nieuws.
opgewektA2
жизнерадостный
Ze is meestal heel opgewekt.
opgewondenB2
возбуждённый
De kinderen waren opgewonden over de reis.
overweldigdB2
переполненный чувствами
Zij was overweldigd door alle reacties.

