Словарь
6 слов · страница 1 из 1
ongeduldigA2
нетерпеливый
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
встревоженный
Ik was ongerust toen je niet belde.
onrustigA2
беспокойный
Ik sliep onrustig voor het examen.
openA1
открытый
De winkel is nog open.
opgeluchtA2
испытавший облегчение
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
жизнерадостный
Ze is meestal heel opgewekt.

