Словарь
93 слов · страница 4 из 4
oudersA1
родители
Mijn ouders wonen nog in Polen.
ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
ovenschaalA2
форма для запекания
Doe alles in een ovenschaal.
overA1
о; через (время)
We praten later over dit probleem.
overalA2
везде
Er liggen overal fietsen.
overboekenB1
переводить (деньги)
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
overheidsdienstB1
государственная служба
Deze overheidsdienst behandelt uw aanvraag.
overheidsformulierB1
государственный бланк
Overheidsformulieren zijn vaak lastig te lezen.
overheidsloketB1
госуслуги (окно приёма)
Bij het overheidsloket regel je je aanvraag.
overlegB1
совещание, обсуждение
Na overleg met het team besloten we te wachten.
overleggenB1
советоваться
Ik moet eerst met mijn collega overleggen.
overmorgenA1
послезавтра
Overmorgen begint mijn vakantie.
overstappenA2
делать пересадку
In Utrecht moet je overstappen.
overstekenB1
переходить (дорогу)
Steek hier voorzichtig over.
overstromingB1
наводнение
De overstroming veroorzaakte veel schade.
overurenA2
сверхурочные часы
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
overwerkB1
сверхурочная работа
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
overzichtA2
обзор, сводка
Hier is een overzicht van de kosten.

