Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

93 слов · страница 3 из 4

  • openA1

    открытый

    De winkel is nog open.

  • openbaarB1

    публичный, общественный

    De vergadering is openbaar.

  • openbare ordeB1

    общественный порядок

    De politie handhaaft de openbare orde.

  • openenA1

    открывать

    De winkel opent om negen uur.

  • operatieA2

    операция

    De operatie is goed gegaan.

  • opgeluchtA2

    испытавший облегчение

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgewektA2

    жизнерадостный

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • ophalenA2

    забирать, заезжать за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • opleidingB1

    образование, обучение

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • opleidingsadviesB1

    рекомендация по обучению

    Ik kreeg een positief opleidingsadvies.

  • opleidingsduurB1

    срок обучения

    De opleidingsduur is twee jaar.

  • oplettenA2

    быть внимательным

    Let goed op bij het oversteken.

  • oplossingA2

    решение

    Er is vast een oplossing.

  • opmerkingB1

    замечание

    Heeft iemand nog een opmerking?

  • opnameA2

    снятие денег

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnieuwA2

    заново, снова

    Probeer het opnieuw.

  • opruimenA2

    прибирать (вещи)

    Ruim je spullen even op.

  • optredenB1

    выступление; выступать

    De band treedt zaterdag op.

  • opvallenA2

    бросаться в глаза

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2

    разогревать

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2

    расторгать, отменять

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzegtermijnB1

    срок уведомления об увольнении

    De opzegtermijn is één maand.

  • opzoekenA2

    искать (в справочнике)

    Zoek het woord even op.

  • oranjeA1

    оранжевый

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • oudA1

    старый

    Dit is een oud gebouw.