Словарь
122 слов · страница 3 из 5
de neefA1
двоюродный брат, племянник
Mijn neef is even oud als ik.
neerB1
вниз
Hij liep de hele dag op en neer in de gang.
neerslachtigB2
унылый
In november voelt zij zich vaak neerslachtig.
de neerslagB1
осадки
Er wordt veel neerslag verwacht.
de neerslagkansB2
вероятность осадков
De neerslagkans is zeventig procent.
negatiefB1
отрицательный, негативный
Hij praat altijd negatief over zijn werk.
negenA1
девять
Mijn zoon is negen jaar.
negentigA1
девяносто
Hij werd negentig jaar oud.
negerenB1
negeerde · hebben genegeerd
игнорировать
Hij negeert al mijn berichten van deze week.
de nekA1
шея
Ik heb een stijve nek.
nemenA1неправильный
nam · namen · hebben genomen
брать
Ik neem de trein van acht uur.
het nepnieuwsB2
фейковые новости
Nepnieuws verspreidt zich sneller dan correcties.
de nepwebsiteB2
поддельный сайт
De nepwebsite leek precies op die van de bank.
nergensA2
нигде
Ik kan het nergens vinden.
de nervositeitB2
нервозность
Zijn nervositeit was aan zijn handen te zien.
de nestkastB2
скворечник
Hang de nestkast op het noorden.
netA1
только что
Hij is net weggegaan.
netjesA1
аккуратный, опрятный
Je kamer ziet er netjes uit.
het nettoloonB2
зарплата на руки
Van het nettoloon betaal je de huur.
het netwerkA2
сеть
Het netwerk lag er een halve dag uit.
de netwerkborrelB2
нетворкинг-встреча
Op de netwerkborrel legde hij drie contacten.
de neuroloogB2
невролог
De neuroloog vroeg een scan aan.
de neusA1
нос
Mijn neus is verstopt.
de nevelB2
дымка
In de ochtend hing er nevel boven het water.
de nichtA1
двоюродная сестра, племянница
Mijn nicht woont in Rotterdam.

