Словарь
91 слов · страница 1 из 4
de maagA1
желудок
Ik heb last van mijn maag.
de maaltijdA2
приём пищи
Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.
de maanA2
луна
Vannacht is de maan helemaal rond.
de maandA1
месяц
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
понедельник
Op maandag begin ik om negen uur.
het maandbedragA2
ежемесячная сумма
Het maandbedrag is 45 euro.
maandelijksA1
ежемесячно
De huur betaal je maandelijks.
maarA1
но
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
март
De cursus start in maart.
de maatA2
размер
Heeft u dit in een grotere maat?
maatschappelijkA2
общественный, социальный
Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.
de machineA2
машина, станок
Hij werkt met een grote machine in de fabriek.
de magnetronA2
микроволновка
Warm het even op in de magnetron.
mailenA2
mailde · hebben gemaild
отправлять по электронной почте
Ik mail je de documenten vanavond.
makenA1
maakte · hebben gemaakt
делать, изготавливать
Zij maakt een taart voor het feest.
makkelijkA1
лёгкий
Deze oefening is makkelijk.
de mamaA1
мама
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
мужчина
Die man werkt in de winkel.
муж
Haar man haalt de kinderen van school.
de manierA1
способ
Dat is een handige manier om te oefenen.
de marktA2
рынок
Op zaterdag is er markt op het plein.
het matrasA1
матрас
Dit matras is te zacht voor mij.
de medestudentA2
однокурсник
Ik oefen samen met een medestudent.
de medewerkerA2
сотрудник, работник
Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.
het medicijnA2
лекарство
Neem dit medicijn twee keer per dag.
medischA2
медицинский
Er is geen medische reden voor.

