Словарь
84 слов · страница 2 из 4
medischB1
медицинский
Er is geen medische reden voor.
meedelenB1
сообщать (официально)
Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.
meedoenA2
участвовать
Doe je mee met de cursus?
meelA1
мука
Voor dit recept heb je meel nodig.
meemakenA2
переживать, испытывать
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2
брать с собой
Neem je paspoort mee.
meerA1
больше
Ik heb meer tijd nodig.
meestalA2
обычно
Ik ga meestal met de fiets.
meesteA1
большинство
De meeste mensen komen met de fiets.
meiA1
май
Mijn verjaardag is in mei.
meisjeA1
девочка
Het meisje speelt buiten.
meldenB1
сообщать, уведомлять
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
meldpuntB1
пункт приёма жалоб
Er is een meldpunt voor discriminatie.
melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
meningB1
мнение
Wat is jouw mening hierover?
mensA1
человек
Hij is een aardig mens.
mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
merkA2
марка, бренд
Welk merk koop jij meestal?
merkenA2
замечать
Ik merk dat het beter gaat.
mesA1
нож
Dit mes is niet scherp.
metA1
с
Ik ga met de fiets.
meteenA1
сразу
Ik kom er meteen aan.
metroA2
метро
In Amsterdam kun je met de metro.
meubelsA2
мебель
We hebben nieuwe meubels gekocht.
middagA1
день (время суток)
We eten om twaalf uur 's middags.

