Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

89 слов · страница 2 из 4

  • leermomentB1

    момент обучения

    Elke fout is een leermoment.

  • leerplichtB1

    обязательное школьное образование

    In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.

  • leerprocesB1

    процесс обучения

    Fouten maken hoort bij het leerproces.

  • leerstijlB1

    стиль обучения

    Iedereen heeft een andere leerstijl.

  • leerstofB1

    учебный материал

    De leerstof van dit blok is pittig.

  • leertempoA2

    темп обучения

    Iedereen heeft zijn eigen leertempo.

  • leesopdrachtB1

    задание на чтение

    Bij elke leesopdracht horen vijf vragen.

  • leestekstB1

    текст для чтения

    Elke leestekst heeft vier vragen.

  • leesvaardigheidB1

    навык чтения

    Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.

  • leggenA1

    класть

    Leg het boek op tafel.

  • legitimatieB1

    удостоверение личности

    Bij de balie moet u legitimatie tonen.

  • leidinggevendeB1

    руководитель

    Bespreek dat met je leidinggevende.

  • lekkerA2

    вкусный, приятный

    Deze soep is heel lekker.

  • lelijkA1

    уродливый

    Dat gebouw vind ik lelijk.

  • lenenA2

    одалживать

    Kan ik tien euro van je lenen?

  • leningB1

    кредит, заём

    Hij sloot een lening af voor de auto.

  • lenteA1

    весна

    In de lente bloeien de tulpen.

  • lepelA1

    ложка

    Ik eet soep met een lepel.

  • leraarA2

    учитель

    De leraar legt het nog een keer uit.

  • lerenA2

    учить(ся)

    Ik leer nu een jaar Nederlands.

  • lesmateriaalA2

    учебные материалы

    Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.

  • lesmethodeB1

    методика преподавания

    Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.

  • lesroosterA2

    расписание занятий

    Het lesrooster hangt bij de ingang.

  • lesuitvalB1

    отмена занятий

    Door ziekte was er veel lesuitval.

  • lesuurA2

    учебный час

    Een lesuur duurt vijftig minuten.