Словарь
260 слов · страница 7 из 11
knooppuntB2
узловая точка маршрута
Volg de knooppunten 12, 15 en 21.
koeB2
корова
De koeien staan sinds april buiten.
koekA1
печенье
Bij de koffie krijg je een koekje.
koekenpanB2
сковорода
Verhit de koekenpan eerst goed.
koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
koelketenB2
холодовая цепь
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
koersverliesB2
убыток от падения курса
Het koersverlies liep op tot dertig procent.
koerswinstB2
прирост курсовой стоимости
Over koerswinst betaal je hier geen belasting.
koesterenB2
лелеять, дорожить
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
kofferA2
чемодан
Mijn koffer is te zwaar.
koffieA1
кофе
Zullen we een kopje koffie drinken?
kokB2
повар
De kok maakt alles zelf klaar.
kokenA2
готовить
Wie kookt er vanavond?
koloniaal verledenB2
колониальное прошлое
Het koloniaal verleden krijgt meer aandacht op school.
kolonieB2
колония
Suriname was tot 1975 een kolonie.
komenA1
приходить
Kom je vanavond ook?
komkommerA1
огурец
Snijd de komkommer in plakjes.
konijnB2
кролик
In de duinen zie je veel konijnen.
koningB2
король
De koning opende het parlementaire jaar.
koninginB2
королева
De koningin bezocht het ziekenhuis.
koningsdagB2
День короля
Op koningsdag is het hele land oranje.
koningshuisB2
королевский дом
Het koningshuis heeft vooral een ceremoniële rol.
kookboekA2
кулинарная книга
Dit recept staat in mijn kookboek.
kookpuntB2
точка кипения
Het kookpunt van water ligt op honderd graden.
koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.

