Словарь
98 слов · страница 4 из 4
kortingsbonA2
купон на скидку
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
промокод
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.
kortingskaartA2
дисконтная карта
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kosteloosB1
бесплатный
Het advies is kosteloos.
kostenA2
расходы
De kosten vallen mee.
kostenbewustB1
экономный, расчётливый
Wij leven kostenbewust sinds de prijzen stegen.
kostendelingB1
деление расходов
We spraken kostendeling af voor de reis.
kostenoverzichtB1
смета расходов
Vraag om een volledig kostenoverzicht.
kostenpostB1
статья расходов
De huur is mijn grootste kostenpost.
kostenramingB1
смета расходов
De aannemer maakte een kostenraming.
kostenverdelingB1
распределение расходов
We spraken een eerlijke kostenverdeling af.
koudA1
холодный
Het eten is koud geworden.
kraanA2
кран
De kraan lekt al een week.
krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
kredietaanbodB1
кредитное предложение
Kijk goed naar het kredietaanbod voordat je tekent.
krijgenA1
получать
Ik heb een brief gekregen.
kruidenA2
приправы, специи
Doe er wat kruiden bij.
kunnenA1
мочь, уметь
Kun je mij helpen?
kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
kwaadA2
злой, рассерженный
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwaliteitA2
качество
De kwaliteit is goed voor die prijs.
kwartierA1
четверть часа
Het duurt nog een kwartier.
kwitantieB1
квитанция
Vraag om een kwitantie bij contante betaling.

