Словарь
73 слов · страница 3 из 3
kookboekA2
кулинарная книга
Dit recept staat in mijn kookboek.
koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
koopjeA2
выгодная покупка
Die jas was echt een koopje.
koortsA2
температура
Het kind heeft koorts.
kopenA1
покупать
Ik koop brood bij de bakker.
kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
kortingA2
скидка
Er is deze week korting op groente.
kortingsactieA2
акция со скидкой
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
kortingsbonA2
купон на скидку
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
промокод
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.
kortingskaartA2
дисконтная карта
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kostenA2
расходы
De kosten vallen mee.
koudA1
холодный
Het eten is koud geworden.
kraanA2
кран
De kraan lekt al een week.
krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1
получать
Ik heb een brief gekregen.
kruidenA2
приправы, специи
Doe er wat kruiden bij.
kunnenA1
мочь, уметь
Kun je mij helpen?
kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
kwaadA2
злой, рассерженный
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwaliteitA2
качество
De kwaliteit is goed voor die prijs.
kwartierA1
четверть часа
Het duurt nog een kwartier.

