Словарь
260 слов · страница 10 из 11
kredietwaardigheidB2
кредитоспособность
Je kredietwaardigheid wordt vooraf getoetst.
krijgenA1
получать
Ik heb een brief gekregen.
krimpgebiedB2
депопуляционный регион
In een krimpgebied sluiten scholen en winkels.
kringloopwinkelB2
секонд-хенд, комиссионка
In de kringloopwinkel vond zij een kast.
kringverjaardagB2
день рождения «по кругу»
Een kringverjaardag met koffie en taart is heel Nederlands.
kritischB2
критический
Lees de tekst kritisch.
kroonB2
коронка
Er komt een kroon op deze tand.
kruidB2
пряная трава
Verse kruiden maken het gerecht af.
kruidenA2
приправы, специи
Doe er wat kruiden bij.
kruisallergieB2
перекрёстная аллергия
Bij hooikoorts komt kruisallergie voor appels vaak voor.
kruisbesmettingB2
перекрёстное заражение
Gebruik aparte planken om kruisbesmetting te voorkomen.
kruispuntB2
перекрёсток
Bij het kruispunt sla je rechts af.
kruiwagenB2
тачка
Breng het zand met de kruiwagen.
krullendB2
вьющийся
Zij heeft krullend haar.
kunnenA1
мочь, уметь
Kun je mij helpen?
kunstenaarB2
художник, деятель искусства
De kunstenaar werkt vooral met gerecycled materiaal.
kunstmestB2
минеральное удобрение
Te veel kunstmest vervuilt het grondwater.
kunststofB2
пластмасса
De behuizing is van kunststof.
kunstvormB2
вид искусства
Fotografie is ook een kunstvorm.
kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
kustB2
побережье
De Nederlandse kust wordt beschermd door duinen.
kuurB2
курс лечения
Maak de kuur helemaal af.
kwaadA2
злой, рассерженный
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwalificatieB2
квалификация
Zonder startkwalificatie is werk vinden lastiger.
kwaliteitA2
качество
De kwaliteit is goed voor die prijs.

