Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

93 слов · страница 3 из 4

  • hoewelA2

    хотя

    Hoewel het regende, gingen we toch.

  • hoiA1

    привет

    Hoi, hoe is het?

  • honderdA1

    сто

    Dat kost ongeveer honderd euro.

  • hongerA1

    голод

    Ik heb honger.

  • honingA1

    мёд

    Doe wat honing in je thee.

  • hoofdA1

    голова

    Mijn hoofd doet pijn.

  • hoofdgerechtA2

    основное блюдо

    Het hoofdgerecht was vis met groente.

  • hoofdpijnA2

    головная боль

    Ik heb de hele dag hoofdpijn.

  • hoogA1

    высокий

    Dat gebouw is heel hoog.

  • hoogwaterB1

    высокая вода, прилив

    Bij hoogwater staan de dijken onder druk.

  • hopenA1

    надеяться

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    слышать

    Ik hoor je niet goed.

  • horlogeA1

    наручные часы

    Mijn horloge loopt achter.

  • houdbaarA2

    годный (до срока)

    De melk is nog twee dagen houdbaar.

  • houdbaarheidsdatumA2

    срок годности

    Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.

  • houdenA1

    держать; любить (van)

    Ik houd van koffie.

  • huidA1

    кожа

    Bescherm je huid tegen de zon.

  • huilenA1

    плакать

    De baby huilt de hele nacht.

  • huisA1

    дом

    Ik woon in een klein huis.

  • huisapotheekA2

    домашняя аптечка

    Zorg voor een goede huisapotheek.

  • huisartsB1

    терапевт, семейный врач

    Je gaat eerst naar de huisarts.

  • huisartsassistenteA2

    медсестра терапевта

    De huisartsassistente maakt de afspraak.

  • huisartsenpostA2

    дежурная служба врачей

    's Avonds belt u de huisartsenpost.

  • huisbaasA2

    арендодатель

    Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.

  • huisgenootA1

    сосед по квартире

    Mijn huisgenoot kookt vanavond.