Словарь
65 слов · страница 2 из 3
hetenA1
называться, зваться
Hoe heet jij?
heupA1
бедро
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hierA1
здесь
Ik woon hier al drie jaar.
hoeA1
как
Hoe gaat het met je?
hoekA1
угол
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
как долго
Hoelang woon je al in Nederland?
hoestdrankA2
сироп от кашля
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
кашлять
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
сколько
Hoeveel kost dit?
hoeveelheidA2
количество
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoewelA2
хотя
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoiA1
привет
Hoi, hoe is het?
honderdA1
сто
Dat kost ongeveer honderd euro.
hongerA1
голод
Ik heb honger.
honingA1
мёд
Doe wat honing in je thee.
hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
hoofdgerechtA2
основное блюдо
Het hoofdgerecht was vis met groente.
hoofdpijnA2
головная боль
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
hoogA1
высокий
Dat gebouw is heel hoog.
hopenA1
надеяться
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
слышать
Ik hoor je niet goed.
horlogeA1
наручные часы
Mijn horloge loopt achter.
houdbaarA2
годный (до срока)
De melk is nog twee dagen houdbaar.
houdbaarheidsdatumA2
срок годности
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
houdenA1
держать; любить (van)
Ik houd van koffie.

