Словарь
53 слов · страница 1 из 3
de gangA1
коридор
Zet je schoenen in de gang.
de garageA1
гараж
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
гарантия
Er zit twee jaar garantie op.
de gastA2
гость
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
het gatA2
дыра, дырка
Er zit een gat in mijn sok.
het gebakA1
выпечка, пирожное
Bij de koffie was er gebak.
het gebouwA2
здание
Het gemeentehuis is een groot wit gebouw.
het gebruikA1
использование
Het gebruik van de app is gratis.
het gedichtA2
стихотворение
Dit gedicht staat in elk schoolboek.
het geheimA2
секрет, тайна
Kun jij een geheim voor je zus bewaren?
het geldA1
деньги
Ik heb geen geld bij me.
de geldautomaatA2
банкомат
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
het geldbedragA2
денежная сумма
Vul het geldbedrag in cijfers in.
de geldzorgenA2
денежные проблемы
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
de gelijkheidA2
равенство
Gelijkheid is een belangrijke waarde.
het geluidA2
звук, шум
Ik hoor een vreemd geluid uit de keuken komen.
de geluidsoverlastA2
шумовые помехи
We hebben veel geluidsoverlast van de buren.
het gelukA1
удача, счастье
Veel geluk met je nieuwe baan!
de gemeenschapA2
сообщество, община
De hele gemeenschap hielp mee na de brand.
de gemeenteA2
муниципалитет
Je moet je inschrijven bij de gemeente.
de gemeenteraadA2
городской совет
De gemeenteraad besliste over het plan.
de generatieA2
поколение
De jongere generatie denkt hier anders over.
het gerechtA2
блюдо
Dit gerecht is een specialiteit hier.
het gereedschapA1
инструменты
Het gereedschap ligt in de schuur.
de geschiedenisA1
история
De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.

