Словарь
145 слов · страница 4 из 6
getrouwdA1
женат / замужем
Zij is al tien jaar getrouwd.
het gevaarB1
опасность
Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.
gevaarlijkA2
опасный
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
het gevalB1
случай
In dat geval bel ik je morgen terug.
de gevangenisA2
тюрьма
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevenA1неправильный
gaf · gaven · hebben gegeven
давать
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
чувство
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligB1
чувствительный
Zij is erg gevoelig voor kritiek.
het gevolgA2
последствие
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
het geweldB1
насилие
Geweld tegen hulpverleners wordt streng bestraft.
geweldigA2
потрясающий, отличный
Het concert gisteren was echt geweldig!
het gewichtB1
вес
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
раненый
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonA1
обычный; просто
Het was een gewone dag op kantoor.
de gewoonteA2
привычка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
gezelligB1
уютный, приятный
Het was een gezellige avond.
de gezelligheidB1
уют, приятная атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
het gezelschapB1
компания, общество
Hij houdt van gezelschap.
het gezelschapsspelB1
настольная игра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
het gezichtA1
лицо
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
семья (домохозяйство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
здоровый
Hij eet heel gezond.
de gezondheidB1
здоровье
Zorg goed voor je gezondheid.
het gezondheidscentrumB1
медицинский центр
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
de gezondheidscheckB1
проверка здоровья, чекап
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.

