Словарь
106 слов · страница 4 из 5
gezondheidscheckB1
медосмотр
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
gezondheidsklachtB1
жалоба на здоровье
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
gezondheidstoestandA2
состояние здоровья
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
gezondheidsvoorlichtingB1
просвещение по здоровью
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
gipsA2
гипс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisterenA1
вчера
Gisteren was ik ziek.
glasA1
стакан
Mag ik een glas water?
goedA1
хороший
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
доброе утро
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
добрый вечер
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
добрый день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkoopA2
дешёвый
Deze winkel is vrij goedkoop.
gootsteenA1
раковина
De vuile borden staan in de gootsteen.
gordijnA2
штора
Doe de gordijnen even dicht.
graagA1
охотно, с удовольствием
Ik drink graag koffie.
gramA2
грамм
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
grammaticaA2
грамматика
De grammatica vind ik het moeilijkst.
grasB1
трава
Het gras moet gemaaid worden.
gratisA2
бесплатно
De eerste les is gratis.
griepA2
грипп
Half kantoor heeft de griep.
griepprikA2
прививка от гриппа
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
серый
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
зелёный
Het licht is groen, je mag gaan.
groengebiedB1
зелёная зона
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
groenstrookB1
зелёная полоса
Langs de weg ligt een brede groenstrook.

