Словарь
106 слов · страница 3 из 5
gespreksonderwerpB1
тема разговора
Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.
gesprekspartnerB1
собеседник
Luister goed naar je gesprekspartner.
gesprekssituatieB1
ситуация общения
In een formele gesprekssituatie gebruik je 'u'.
gesprekstechniekB1
техника ведения беседы
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
gespreksverloopB1
ход беседы
Het gespreksverloop was heel prettig.
gespreksverslagB1
протокол беседы
Van elk gesprek wordt een gespreksverslag gemaakt.
gespreksverzoekB1
просьба о беседе
Ik heb een gespreksverzoek ingediend bij mijn baas.
gestrestA2
в стрессе, напряжённый
Voor het examen was ik erg gestrest.
getalA1
число
Schrijf het getal in cijfers.
getrouwdA1
женат / замужем
Zij is al tien jaar getrouwd.
gevenA1
давать
Geef mij het zout, alsjeblieft.
gevolgA2
последствие
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
gewichtB1
вес
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
раненый
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonteA2
привычка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
gezelligB1
уютный, приятный
Het was een gezellige avond.
gezelligheidB1
уют, приятная атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
gezelschapB1
компания, общество
Hij houdt van gezelschap.
gezelschapsspelB1
настольная игра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
gezichtA1
лицо
Was je gezicht met koud water.
gezinA1
семья (домохозяйство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
здоровый
Hij eet heel gezond.
gezondheidB1
здоровье
Zorg goed voor je gezondheid.
gezondheidsadviesB1
рекомендация по здоровью
Vraag je huisarts om gezondheidsadvies.
gezondheidscentrumB1
медицинский центр
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.

