Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

35 слов · страница 1 из 2

  • factuurA2

    счёт-фактура

    De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.

  • familieA1

    семья

    Mijn familie komt zondag eten.

  • familiebezoekA1

    визит родственников

    Zondag hebben we familiebezoek.

  • familielidA1

    член семьи

    Er komt een familielid op bezoek.

  • februariA1

    февраль

    In februari is het meestal koud.

  • feestA1

    праздник, вечеринка

    Zaterdag is er een feest.

  • feestdagB1

    праздничный день

    Op feestdagen zijn de winkels dicht.

  • festivalB1

    фестиваль

    Elke zomer is er een festival in het park.

  • fietsA2

    велосипед

    In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.

  • fietsenstallingA2

    велопарковка

    Zet je fiets in de fietsenstalling.

  • fietspadB1

    велодорожка

    Fiets alsjeblieft op het fietspad.

  • fietspompA2

    велонасос

    Heb je een fietspomp voor me?

  • fietsrouteA2

    велосипедный маршрут

    Deze fietsroute gaat door het bos.

  • fietsslotA2

    велозамок

    Vergeet je fietsslot niet.

  • fietstunnelB1

    велотоннель

    Neem de fietstunnel onder het spoor door.

  • fietsveiligheidB1

    безопасность велосипедиста

    Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.

  • fietsverhuurA2

    прокат велосипедов

    Bij het station is een fietsverhuur.

  • fileB1

    пробка

    Ik stond een uur in de file.

  • filmA1

    фильм

    We kijken vanavond een film.

  • financiënB1

    финансы

    Mijn financiën zijn nu weer op orde.

  • financieringsplanB1

    план финансирования

    Voor de verbouwing maakten we een financieringsplan.

  • flesA1

    бутылка

    Er staat een fles wijn op tafel.

  • flesjeA2

    бутылочка

    Neem een flesje water mee.

  • flexibiliteitB1

    гибкость

    De baan vraagt veel flexibiliteit.

  • formuleringB1

    формулировка

    Let op de formulering van je brief.