Словарь
156 слов · страница 4 из 7
de bezemA1
метла
Pak even de bezem.
bezetA1
занятый
Deze plaats is bezet.
bezigA1
занят
Ik ben nu even bezig.
het bezoekA1
гости, визит
We krijgen vanavond bezoek.
bezoekenA2неправильный
bezocht · bezochten · hebben bezocht
посещать
We bezoeken zondag mijn ouders.
de bezoekerA2
посетитель
Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.
het bezoekuurA2
часы посещения
Het bezoekuur is van twee tot vier.
bezorgenA2
bezorgde · hebben bezorgd
доставлять
Ze bezorgen het pakket morgen.
de bezorgkostenA2
стоимость доставки
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.
de bibliotheekA2
библиотека
De bibliotheek is op zondag gesloten.
het bierA2
пиво
Op het terras drinkt hij een glas bier.
bijA1
у, около
Ik ben bij de dokter.
de bijbaanA2
подработка
Naast mijn studie heb ik een bijbaan.
de bijdrageA2
взнос, доплата
Iedereen betaalt een eigen bijdrage.
bijnaA1
почти
Ik ben bijna klaar.
bijvoorbeeldA1
например
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
bijzonderA2
особенный, необычный
Het was een bijzondere dag voor onze familie.
het biljetA2
купюра
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
binnenA1
внутри; в течение
Kom binnen, het is koud buiten.
binnenkortA2
в скором времени
Binnenkort gaan we verhuizen naar een groter huis.
biologischA2
органический, био
Deze groente is biologisch geteeld.
bitterA2
горький
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
синий
De lucht is vandaag blauw.
de blessureA2
травма
Door een blessure kan hij niet sporten.
blijA1
радостный
Ik ben blij met het resultaat.

