Словарь
155 слов · страница 1 из 7
aanbevelingB1
рекомендация
Zij schreef een aanbeveling voor mij.
aanstellingA2
назначение на должность
Zij kreeg een vaste aanstelling.
aansturenB1
руководить
Zij stuurt een team van acht mensen aan.
afdelingA2
отдел
Zij werkt op de afdeling verkoop.
ambitieB1
амбиция, стремление
Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.
arbeidsconflictB1
трудовой конфликт
Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.
arbeidscontractB1
трудовой контракт
Mijn arbeidscontract loopt tot december.
arbeidsduurB1
продолжительность рабочего времени
De arbeidsduur is 36 uur per week.
arbeidsovereenkomstA2
трудовой договор
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
arbeidsprocesB1
трудовой процесс
Het hele arbeidsproces is opnieuw ingericht.
arbeidsverzuimB1
невыход на работу
Het arbeidsverzuim is dit kwartaal laag.
arbeidsvoorwaardenB1
условия труда
De arbeidsvoorwaarden zijn goed geregeld.
baanA2
работа
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
начальник
Mijn baas is vandaag afwezig.
bedrijfA2
компания, фирма
Zij werkt bij een groot bedrijf.
bedrijfscultuurB1
корпоративная культура
De bedrijfscultuur hier is informeel.
bedrijfskledingA2
рабочая форма
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
bedrijfsregelsA2
правила компании
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
bedrijfsuitjeA2
корпоративный выезд
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
bekwaamB1
умелый, компетентный
Zij is heel bekwaam in haar vak.
beoordelingB1
оценка (работы)
De beoordeling van mijn werk was positief.
beoordelingsgesprekB1
аттестационная беседа
Het beoordelingsgesprek is in december.
beroepA2
профессия
Wat is uw beroep?
beroepshoudingB1
профессиональное поведение
Een professionele beroepshouding wordt verwacht.
beroepskeuzeB1
выбор профессии
Zijn beroepskeuze verraste zijn ouders.

