Словарь
52 слов · страница 1 из 3
aanstellingA2
назначение на должность
Zij kreeg een vaste aanstelling.
afdelingA2
отдел
Zij werkt op de afdeling verkoop.
arbeidsovereenkomstA2
трудовой договор
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
baanA2
работа
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
начальник
Mijn baas is vandaag afwezig.
bedrijfA2
компания, фирма
Zij werkt bij een groot bedrijf.
bedrijfskledingA2
рабочая форма
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
bedrijfsregelsA2
правила компании
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
bedrijfsuitjeA2
корпоративный выезд
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
beroepA2
профессия
Wat is uw beroep?
collegaA2
коллега
Mijn collega helpt mij graag.
contractA2
контракт
Ik heb het contract nog niet getekend.
cvA2
резюме
Stuur je cv mee met de sollicitatie.
deadlineA2
срок сдачи
De deadline is vrijdag.
dienstverbandA2
трудоустройство
Zij heeft een vast dienstverband.
ervaringA2
опыт
Voor deze functie is ervaring nodig.
functieA2
должность
In welke functie werk je?
functietitelA2
название должности
Wat is je functietitel precies?
kantoorA2
офис
Ons kantoor is vlak bij het station.
kantoorurenA2
рабочие часы офиса
Bel tijdens kantooruren.
loonA2
заработная плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
nachtdienstA2
ночная смена
Deze week heb ik nachtdienst.
opdrachtA2
задание, поручение
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
overurenA2
сверхурочные часы
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
pauzeA2
перерыв
We hebben om twaalf uur pauze.

