Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

57 слов · страница 1 из 3

  • aanstellingA2

    назначение на должность

    Zij kreeg een vaste aanstelling.

  • afdelingA2

    отдел

    Zij werkt op de afdeling verkoop.

  • arbeidsovereenkomstA2

    трудовой договор

    De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.

  • baanA2

    работа

    Zij heeft een nieuwe baan gevonden.

  • baasA2

    начальник

    Mijn baas is vandaag afwezig.

  • bedrijfA2

    компания, фирма

    Zij werkt bij een groot bedrijf.

  • bedrijfskledingA2

    рабочая форма

    De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.

  • bedrijfsregelsA2

    правила компании

    Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.

  • bedrijfsuitjeA2

    корпоративный выезд

    Volgende maand is het bedrijfsuitje.

  • beroepA2

    профессия

    Wat is uw beroep?

  • collegaA2

    коллега

    Mijn collega helpt mij graag.

  • contractA2

    контракт

    Ik heb het contract nog niet getekend.

  • cvA2

    резюме

    Stuur je cv mee met de sollicitatie.

  • deadlineA2

    срок сдачи

    De deadline is vrijdag.

  • dienstverbandA2

    трудоустройство

    Zij heeft een vast dienstverband.

  • ervaringA2

    опыт

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • functieA2

    должность

    In welke functie werk je?

  • functietitelA2

    название должности

    Wat is je functietitel precies?

  • kantoorA2

    офис

    Ons kantoor is vlak bij het station.

  • kantoorurenA2

    рабочие часы офиса

    Bel tijdens kantooruren.

  • loonA2

    заработная плата

    Het loon wordt per week uitbetaald.

  • nachtdienstA2

    ночная смена

    Deze week heb ik nachtdienst.

  • ontslaanA2

    увольнять

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • opdrachtA2

    задание, поручение

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • opzeggenA2

    расторгать, отменять

    Ik wil mijn contract opzeggen.