Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

16 слов · страница 1 из 1

  • baanA2

    работа

    Zij heeft een nieuwe baan gevonden.

  • baasA2

    начальник

    Mijn baas is vandaag afwezig.

  • bedrijfA2

    компания, фирма

    Zij werkt bij een groot bedrijf.

  • bedrijfscultuurB1

    корпоративная культура

    De bedrijfscultuur hier is informeel.

  • bedrijfskledingA2

    рабочая форма

    De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.

  • bedrijfsregelsA2

    правила компании

    Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.

  • bedrijfsuitjeA2

    корпоративный выезд

    Volgende maand is het bedrijfsuitje.

  • bekwaamB1

    умелый, компетентный

    Zij is heel bekwaam in haar vak.

  • beoordelingB1

    оценка (работы)

    De beoordeling van mijn werk was positief.

  • beoordelingsgesprekB1

    аттестационная беседа

    Het beoordelingsgesprek is in december.

  • beroepA2

    профессия

    Wat is uw beroep?

  • beroepshoudingB1

    профессиональное поведение

    Een professionele beroepshouding wordt verwacht.

  • beroepskeuzeB1

    выбор профессии

    Zijn beroepskeuze verraste zijn ouders.

  • beroepspraktijkB1

    профессиональная практика

    In de beroepspraktijk werkt dat anders.

  • beroepsvaardigheidB1

    профессиональный навык

    Deze cursus verbetert je beroepsvaardigheden.

  • betrokkenB1

    вовлечённый, причастный

    Alle medewerkers zijn bij het plan betrokken.