Словарь
46 слов · страница 1 из 2
aanbevelingB1
рекомендация
Zij schreef een aanbeveling voor mij.
aandeelhouderB2
акционер
De aandeelhouders stemden over het voorstel.
aansprakelijkheidB2
ответственность
De aansprakelijkheid is beperkt tot het factuurbedrag.
aanstellingA2
назначение на должность
Zij kreeg een vaste aanstelling.
actiepuntB2
задача по итогам встречи
Elk actiepunt krijgt een verantwoordelijke.
afdelingA2
отдел
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afdelingshoofdB2
начальник отдела
Het afdelingshoofd tekent voor akkoord.
afscheidsreceptieB2
прощальный приём
De afscheidsreceptie is vrijdagmiddag.
afwasserB2
посудомойщик
De afwasser werkt tot na sluitingstijd.
agendapuntB2
пункт повестки
Dit staat als derde agendapunt genoteerd.
ambachtB2
ремесло
Meubelmaken is een oud ambacht.
ambitieB1
амбиция, стремление
Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.
arbeidsconflictB1
трудовой конфликт
Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.
arbeidscontractB1
трудовой контракт
Mijn arbeidscontract loopt tot december.
arbeidscontractvormB2
форма трудового договора
Er bestaan verschillende arbeidscontractvormen.
arbeidsdeelnameB2
участие в трудовой деятельности
De arbeidsdeelname van ouderen stijgt.
arbeidsduurB1
продолжительность рабочего времени
De arbeidsduur is 36 uur per week.
arbeidsethosB2
трудовая этика
Er wordt vaak gesproken over het Nederlandse arbeidsethos.
arbeidsinspectieB2
трудовая инспекция
De arbeidsinspectie controleerde het bedrijf.
arbeidsklimaatB2
трудовой климат
Het arbeidsklimaat op deze afdeling is verbeterd.
arbeidsmarktB2
рынок труда
De arbeidsmarkt is momenteel krap.
arbeidsmarktbeleidB2
политика рынка труда
Het arbeidsmarktbeleid richt zich op omscholing.
arbeidsmarktkrapteB2
дефицит рабочей силы
Door arbeidsmarktkrapte zijn vacatures moeilijk te vullen.
arbeidsmarktontwikkelingB2
динамика рынка труда
De arbeidsmarktontwikkeling is moeilijk te voorspellen.
arbeidsmigrantB2
трудовой мигрант
Veel arbeidsmigranten werken in de land- en tuinbouw.

