Словарь
7 слов · страница 1 из 1
instappenA2
садиться (в транспорт)
U kunt achterin instappen.
ophalenA2
забирать, заезжать за
Ik haal je om zeven uur op.
overstappenA2
делать пересадку
In Utrecht moet je overstappen.
parkerenA2
парковаться
Hier mag je niet parkeren.
rijdenA2
ехать, водить
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
uitstappenA2
выходить (из транспорта)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
vertrekkenA2
отправляться
De trein vertrekt over vijf minuten.

