Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

130 слов · страница 4 из 6

  • routeB1

    маршрут

    Dit is de snelste route.

  • snelheidslimietB1

    ограничение скорости

    Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.

  • snelwegA2

    автомагистраль

    Op de snelweg mag je honderd.

  • spitsB1

    час пик

    Reis liever buiten de spits.

  • spitsuurB1

    час пик

    Vermijd het spitsuur als het kan.

  • spoorlijnB1

    железнодорожная линия

    De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.

  • stationA2

    вокзал

    Het station is vlak bij mijn huis.

  • stoepA2

    тротуар

    Loop op de stoep, niet op het fietspad.

  • tankenB1

    заправляться

    Ik moet nog even tanken.

  • taxiA2

    такси

    We namen een taxi naar het hotel.

  • tramA2

    трамвай

    Neem tram 4 naar het centrum.

  • treinA2

    поезд

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • treinkaartjeA2

    билет на поезд

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • treinreisA2

    поездка на поезде

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • treinstoringA2

    сбой в движении поездов

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • treinvertragingB1

    задержка поезда

    Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.

  • tunnelA2

    туннель

    Door de tunnel ben je er sneller.

  • uitstappenA2

    выходить (из транспорта)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • veerbootA2

    паром

    De veerboot vertrekt elk half uur.

  • veiligheidsgordelB1

    ремень безопасности

    Doe je veiligheidsgordel om.

  • verkeerB1

    дорожное движение

    Het verkeer is druk in de spits.

  • verkeersbordB1

    дорожный знак

    Let op het verkeersbord.

  • verkeersdeelnameB1

    участие в дорожном движении

    Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.

  • verkeersdeelnemerB1

    участник дорожного движения

    Elke verkeersdeelnemer moet opletten.

  • verkeersdrukteB1

    интенсивное движение

    Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.