Словарь
5 слов · страница 1 из 1
afrekenenA2
расплатиться
Ik ga even afrekenen.
bezorgenA2
доставлять
Ze bezorgen het pakket morgen.
passenA2
мерить; подходить
Mag ik deze broek even passen?
retournerenA2
возвращать (товар)
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
ruilenA2
обменять
Kan ik deze jas ruilen?

