Словарь
82 слов · страница 1 из 4
afvalbakB1
мусорный бак
Gooi het in de afvalbak.
afvalcontainerB1
мусорный контейнер
De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.
afvalinzamelingB1
вывоз мусора
De afvalinzameling is op donderdag.
begroeiingB1
растительность
Langs de sloot staat dichte begroeiing.
bloemB1
цветок
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
bodemB1
почва
De bodem hier is erg vruchtbaar.
bodemsoortB1
тип почвы
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
boomB1
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
порода деревьев
Welke boomsoort groeit hier het beste?
bosB1
лес
We wandelen graag in het bos.
bosgebiedB1
лесной массив
Het bosgebied is beschermd.
dierB1
животное
In het park zie je veel dieren.
dijkB1
дамба
Nederland wordt beschermd door dijken.
droogteB1
засуха
Door de droogte mag je de tuin niet sproeien.
grasB1
трава
Het gras moet gemaaid worden.
groengebiedB1
зелёная зона
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
groenstrookB1
зелёная полоса
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
groenvoorzieningB1
озеленение
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.
grondwaterB1
грунтовые воды
Het grondwater staat hier hoog.
hitteB1
жара
De hitte was ondraaglijk deze zomer.
hittegolfB1
волна жары
Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.
hoogwaterB1
высокая вода, прилив
Bij hoogwater staan de dijken onder druk.
insectB1
насекомое
In de zomer zijn er veel insecten.
klimaatgevolgB1
последствие изменения климата
De klimaatgevolgen zijn hier al zichtbaar.
klimaatverschilB1
различие в климате
Het klimaatverschil met mijn land is groot.

