Словарь
9 слов · страница 1 из 1
aflossenB1
погашать (долг)
We lossen de lening in tien jaar af.
betalenA2
платить
Kan ik met pin betalen?
lenenA2
одалживать
Kan ik tien euro van je lenen?
overboekenB1
переводить (деньги)
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
pinnenA2
платить картой
Kan ik hier pinnen?
sparenA2
копить
We sparen voor een nieuwe auto.
terugbetalenA2
возвращать (деньги)
Ik betaal je volgende week terug.
uitgevenA2
тратить
Ik geef te veel geld uit aan eten.
wisselenA2
менять (деньги)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?

