Словарь
13 слов · страница 1 из 1
salarisstrookA2
расчётный лист
Bewaar je salarisstrook goed.
saldoB1
баланс, остаток
Mijn saldo is bijna nul.
schuldA2
долг
Hij heeft schulden bij de bank.
schuldeiserB1
кредитор
De schuldeiser wil een betalingsregeling.
spaardoelB1
цель накоплений
Mijn spaardoel is een eigen woning.
spaargeldA2
сбережения
We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.
spaarplanB1
план накоплений
Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.
spaarpotA2
копилка
De kinderen sparen in een spaarpot.
spaarrekeningB1
сберегательный счёт
Het geld staat op een spaarrekening.
spaarrenteB1
процент по вкладу
De spaarrente is eindelijk weer gestegen.
spaartegoedB1
накопления на счету
Mijn spaartegoed groeit langzaam.
sparenA2
копить
We sparen voor een nieuwe auto.
stortingA2
внесение средств
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.

