Словарь
106 слов · страница 4 из 5
tafelA1
стол
Het eten staat op tafel.
tapijtA2
ковёр
We hebben een nieuw tapijt gelegd.
thermostaatA2
термостат
Zet de thermostaat op negentien graden.
toiletA1
туалет
Waar is het toilet?
trapA1
лестница
De trap is erg steil.
tuinA1
сад
We hebben een kleine tuin achter het huis.
tuinonderhoudA2
уход за садом
Het tuinonderhoud doen we zelf.
tuinpadA1
садовая дорожка
Het tuinpad ligt vol bladeren.
tuinstoelA1
садовый стул
De tuinstoelen staan in de schuur.
vensterbankA1
подоконник
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
вентиляция
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verdiepingA1
этаж
Wij wonen op de derde verdieping.
verhuisdoosA2
коробка для переезда
We hebben vijftig verhuisdozen nodig.
verhuizenA2
переезжать
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verhuizingA2
переезд
De verhuizing is volgende maand.
verwarmingA2
отопление
Zet de verwarming wat lager.
viesA1
грязный
Je schoenen zijn vies.
vloerA1
пол
De vloer is nog nat.
vloerverwarmingA2
тёплый пол
In de badkamer ligt vloerverwarming.
voordeurA1
входная дверь
De voordeur zit op slot.
wasdrogerA2
сушильная машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
wasgoedA2
бельё (для стирки)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
wasmachineA2
стиральная машина
De wasmachine is kapot.
wasmandA1
корзина для белья
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wastafelA2
умывальник
De kraan van de wastafel lekt.

