Словарь
106 слов · страница 3 из 5
meubelsA2
мебель
We hebben nieuwe meubels gekocht.
muurA1
стена
Aan de muur hangt een schilderij.
onderhoudA2
обслуживание, уход
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
opbergenA2
убирать (на место)
Berg je spullen op in de kast.
ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
plafondA1
потолок
Het plafond is net geverfd.
plantA1
растение
Vergeet de planten niet water te geven.
prullenbakA1
мусорная корзина
Gooi het papier in de prullenbak.
raamA1
окно
Het raam staat open.
reparatieA2
ремонт (починка)
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
schimmelA2
плесень
In de badkamer zit schimmel op de muur.
schoonA1
чистый
De keuken is weer schoon.
schoonmaakmiddelA2
чистящее средство
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
schoorsteenA1
дымоход
Uit de schoorsteen komt rook.
schuurA1
сарай
De fietsen staan in de schuur.
servicekostenA2
коммунальные сборы
De servicekosten komen boven op de huur.
slaapkamerA1
спальня
Wij hebben twee slaapkamers.
sleutelA2
ключ
Ik ben mijn sleutel kwijt.
sleutelbosA1
связка ключей
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
spiegelA1
зеркало
Er hangt een spiegel in de gang.
stoelA1
стул
Neem een stoel en ga zitten.
stofzuigenA2
пылесосить
Ik stofzuig één keer per week.
stofzuigerA2
пылесос
Waar staat de stofzuiger?
stopcontactA1
розетка
Er is hier geen stopcontact.
storingA2
неисправность
Er is een storing in de verwarming.

