Словарь
8 слов · страница 1 из 1
schoonA1
чистый
De keuken is weer schoon.
schoorsteenA1
дымоход
Uit de schoorsteen komt rook.
schuurA1
сарай
De fietsen staan in de schuur.
slaapkamerA1
спальня
Wij hebben twee slaapkamers.
sleutelbosA1
связка ключей
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
spiegelA1
зеркало
Er hangt een spiegel in de gang.
stoelA1
стул
Neem een stoel en ga zitten.
stopcontactA1
розетка
Er is hier geen stopcontact.

