Словарь
50 слов · страница 1 из 2
ademA1
дыхание
Haal even diep adem.
armA1
рука
Mijn arm is stijf.
beenA1
нога
Hij heeft zijn been gebroken.
beterA1
лучше
Ik voel me vandaag al beter.
borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
buikA1
живот
Ik heb buikpijn.
dokterA1
врач
Ik ga morgen naar de dokter.
elleboogA1
локоть
Ik heb mijn elleboog gestoten.
enkelA1
лодыжка
Ik heb mijn enkel verzwikt.
gezichtA1
лицо
Was je gezicht met koud water.
haarA1
волосы
Zij heeft lang haar.
handA1
рука (кисть)
Was je handen voor het eten.
hartA1
сердце
Mijn hart klopt snel.
hartslagA1
пульс, сердцебиение
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hersenenA1
мозг
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
heupA1
бедро
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
huidA1
кожа
Bescherm je huid tegen de zon.
keelA1
горло
Ik heb pijn in mijn keel.
kinA1
подбородок
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
knieA1
колено
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
lichaamA1
тело
Beweging is goed voor je lichaam.
lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
maagA1
желудок
Ik heb last van mijn maag.

