Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

13 слов · страница 1 из 1

  • ademenB1

    дышать

    Probeer rustig te ademen.

  • bewegenB1

    двигаться

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • bradenB2

    жарить

    Braad het vlees kort aan.

  • doorverwijzenB1

    направлять (к специалисту)

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • genezenA2

    заживать, излечивать

    De wond is goed genezen.

  • herstellenB1

    выздоравливать

    Hij is goed hersteld na de operatie.

  • hoestenA2

    кашлять

    Het kind hoest de hele nacht.

  • marinerenB2

    мариновать

    Marineer de kip een nacht.

  • ontdooienB2

    размораживать

    Laat vlees in de koelkast ontdooien.

  • rokenB1

    курить

    Roken is hier niet toegestaan.

  • roosterenB2

    поджаривать

    Rooster de noten even in de pan.

  • stovenB2

    тушить

    Laat het vlees twee uur stoven.

  • verzorgenB1

    ухаживать за

    Zij verzorgt haar moeder thuis.