Словарь
485 слов · страница 8 из 20
huisartsassistenteA2
медсестра терапевта
De huisartsassistente maakt de afspraak.
huisartsenpostA2
дежурная служба врачей
's Avonds belt u de huisartsenpost.
huisstofmijtB2
пылевой клещ
Hij is allergisch voor huisstofmijt.
hulpmiddelB1
вспомогательное средство
Een rollator is een handig hulpmiddel.
hulpverleningB2
оказание помощи
De hulpverlening kwam snel op gang.
hygiëneB2
гигиена
Goede hygiëne voorkomt veel infecties.
immuniteitB2
иммунитет
Na een infectie bouw je immuniteit op.
immuunsysteemB2
иммунная система
Slaap versterkt je immuunsysteem.
implantaatB2
имплантат
Een implantaat wordt niet altijd vergoed.
indicatiestellingB2
определение потребности в уходе
Zonder indicatiestelling krijg je geen zorg vergoed.
inentingB2
прививка
De inenting wordt op het consultatiebureau gegeven.
injectieB1
инъекция, укол
U krijgt een injectie in de arm.
intolerantieB2
непереносимость
Een intolerantie is iets anders dan een allergie.
jeugdzorgB2
помощь детям и подросткам
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
keelA1
горло
Ik heb pijn in mijn keel.
keelpijnA2
боль в горле
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
keukenweegschaalB2
кухонные весы
Weeg de bloem op een keukenweegschaal.
keuringB2
медосмотр
Voor deze functie is een keuring verplicht.
kiesB2
коренной зуб
Er moet een kies getrokken worden.
kinA1
подбородок
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
kinderartsB2
педиатр
De kinderarts stelde de ouders gerust.
kinderziekteB2
детская болезнь
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
klachtB1
жалоба, симптом
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
klachtenformulierB1
бланк жалобы
Vul eerst het klachtenformulier in.
kleuterB2
дошкольник
Kleuters leren vooral door te spelen.

