Словарь
188 слов · страница 4 из 8
hulpmiddelB1
вспомогательное средство
Een rollator is een handig hulpmiddel.
injectieB1
инъекция, укол
U krijgt een injectie in de arm.
keelA1
горло
Ik heb pijn in mijn keel.
keelpijnA2
боль в горле
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
kinA1
подбородок
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
klachtB1
жалоба, симптом
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
klachtenformulierB1
бланк жалобы
Vul eerst het klachtenformulier in.
knieA1
колено
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koortsA2
температура
Het kind heeft koorts.
leefregelB1
рекомендация по образу жизни
De arts gaf mij een paar leefregels mee.
leefstijlB1
образ жизни
Een gezonde leefstijl voorkomt veel klachten.
lichaamA1
тело
Beweging is goed voor je lichaam.
lichaamsbewegingB1
физическая активность
Dagelijkse lichaamsbeweging is belangrijk.
lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
maagA1
желудок
Ik heb last van mijn maag.
medicatieB1
медикаменты
Neem uw medicatie mee naar het gesprek.
medicijnA2
лекарство
Neem dit medicijn twee keer per dag.
medicijnkastB1
аптечка
Bewaar medicijnen in de medicijnkast.
medicijnkuurB1
курс лекарств
Maak de medicijnkuur helemaal af.
medicijnvoorschriftB1
рецепт на лекарство
Zonder medicijnvoorschrift krijg je dit niet.
medischB1
медицинский
Er is geen medische reden voor.
misselijkA2
тошнит
Ik voel me een beetje misselijk.
moeA1
усталый
Ik ben vandaag heel moe.
mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.

