Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

188 слов · страница 3 из 8

  • gezondheidstoestandA2

    состояние здоровья

    Zijn gezondheidstoestand is stabiel.

  • gezondheidsvoorlichtingB1

    просвещение по здоровью

    Scholen geven gezondheidsvoorlichting.

  • gipsA2

    гипс

    Zijn arm zit zes weken in het gips.

  • griepA2

    грипп

    Half kantoor heeft de griep.

  • griepprikA2

    прививка от гриппа

    Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.

  • haarA1

    волосы

    Zij heeft lang haar.

  • handA1

    рука (кисть)

    Was je handen voor het eten.

  • hartA1

    сердце

    Mijn hart klopt snel.

  • hartslagA1

    пульс, сердцебиение

    Mijn hartslag gaat snel na het sporten.

  • hersenenA1

    мозг

    Slaap is belangrijk voor je hersenen.

  • herstelA2

    выздоровление

    Beterschap en een goed herstel!

  • herstellenB1

    выздоравливать

    Hij is goed hersteld na de operatie.

  • herstelperiodeB1

    период восстановления

    De herstelperiode duurt zes weken.

  • herstelplanB1

    план восстановления

    De arts stelde samen met mij een herstelplan op.

  • hersteltijdB1

    время восстановления

    De hersteltijd na deze ingreep is kort.

  • heupA1

    бедро

    Mijn oma heeft een nieuwe heup.

  • hoestdrankA2

    сироп от кашля

    Neem 's avonds wat hoestdrank.

  • hoestenA2

    кашлять

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoofdA1

    голова

    Mijn hoofd doet pijn.

  • hoofdpijnA2

    головная боль

    Ik heb de hele dag hoofdpijn.

  • huidA1

    кожа

    Bescherm je huid tegen de zon.

  • huisapotheekA2

    домашняя аптечка

    Zorg voor een goede huisapotheek.

  • huisartsB1

    терапевт, семейный врач

    Je gaat eerst naar de huisarts.

  • huisartsassistenteA2

    медсестра терапевта

    De huisartsassistente maakt de afspraak.

  • huisartsenpostA2

    дежурная служба врачей

    's Avonds belt u de huisartsenpost.