Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

102 слов · страница 3 из 5

  • longA1

    лёгкое

    Roken is slecht voor je longen.

  • maagA1

    желудок

    Ik heb last van mijn maag.

  • medicijnA2

    лекарство

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • misselijkA2

    тошнит

    Ik voel me een beetje misselijk.

  • moeA1

    усталый

    Ik ben vandaag heel moe.

  • mondA1

    рот

    Doe je mond open, zegt de tandarts.

  • nagelA1

    ноготь

    Mijn nagels zijn te lang.

  • nekA1

    шея

    Ik heb een stijve nek.

  • neusA1

    нос

    Mijn neus is verstopt.

  • nierA1

    почка

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • oogA1

    глаз

    Er zit iets in mijn oog.

  • oogartsA2

    офтальмолог

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • oorA1

    ухо

    Mijn oor doet pijn.

  • oorpijnA2

    боль в ухе

    Het kind heeft oorpijn.

  • operatieA2

    операция

    De operatie is goed gegaan.

  • pijnA1

    боль

    Heb je veel pijn?

  • pijnlijkA2

    болезненный

    De behandeling is niet pijnlijk.

  • pijnstillerA2

    обезболивающее

    Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.

  • pilA2

    таблетка

    Neem één pil bij het eten.

  • polsA1

    запястье

    Ik heb mijn pols verstuikt.

  • prikA2

    укол

    De prik deed nauwelijks pijn.

  • rugA1

    спина

    Ik heb last van mijn rug.

  • rustA2

    покой, отдых

    De dokter zei dat ik rust nodig heb.

  • schouderA1

    плечо

    Mijn schouder doet pijn.

  • slaapA1

    сон

    Ik heb te weinig slaap gehad.