Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

520 слов · страница 21 из 21

  • zorgpasB1

    карта медстрахования

    Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.

  • zorgpersoneelB2

    медицинский персонал

    Er is een tekort aan zorgpersoneel.

  • zorgplanB1

    план ухода

    In het zorgplan staat wie wat doet.

  • zorgplichtB2

    обязанность заботы

    De werkgever heeft een zorgplicht voor zijn personeel.

  • zorgprioriteitB2

    приоритет в здравоохранении

    Preventie is nu een zorgprioriteit.

  • zorgprofessionalB2

    медицинский специалист

    Elke zorgprofessional volgt bijscholing.

  • zorgstandaardB2

    стандарт медпомощи

    Er is een landelijke zorgstandaard voor diabetes.

  • zorgstelselB2

    система здравоохранения

    Het Nederlandse zorgstelsel staat onder druk.

  • zorgtoezichtB2

    надзор в здравоохранении

    De inspectie houdt zorgtoezicht.

  • zorgverdelingB2

    распределение медпомощи

    De zorgverdeling over het land is ongelijk.

  • zorgverlenerB1

    медицинский работник

    Bespreek dit met uw zorgverlener.

  • zorgverleningB2

    оказание медпомощи

    De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.

  • zorgvernieuwingB2

    обновление системы ухода

    Zorgvernieuwing vraagt investeringen vooraf.

  • zorgverzekeraarB2

    медицинская страховая компания

    De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.

  • zorgvraagB2

    потребность в уходе

    De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.

  • zoutgehalteB2

    содержание соли

    Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.

  • zuigelingB2

    грудной ребёнок

    Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.

  • zwakA1

    слабый

    Na de griep voelde ik me zwak.

  • zwangerA2

    беременная

    Mijn zus is zeven maanden zwanger.

  • zwangerschapB2

    беременность

    Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.