Словарь
520 слов · страница 18 из 21
verzorgenB1
ухаживать за
Zij verzorgt haar moeder thuis.
verzorgendeB2
младший медработник по уходу
De verzorgende helpt bij het opstaan.
verzorgingshuisB1
дом престарелых
Mijn oma woont in een verzorgingshuis.
verzuimbegeleidingB2
сопровождение при нетрудоспособности
De verzuimbegeleiding start na een week.
vezelB2
клетчатка
Volkorenbrood bevat veel vezels.
vingerA1
палец
Ik heb mijn vinger gesneden.
virusB2
вирус
Het virus verspreidt zich via de lucht.
vitamineA2
витамин
In de winter slik ik extra vitamine D.
vluchtrouteB2
путь эвакуации
De vluchtroute staat op het plattegrondje.
voedingB1
питание
Gezonde voeding is belangrijk.
voedingsadviesB1
рекомендации по питанию
De diëtist gaf mij voedingsadvies.
voedingsstofB2
питательное вещество
Groente bevat veel waardevolle voedingsstoffen.
voedselallergieB2
пищевая аллергия
Meld je voedselallergie bij de reservering.
voedselintolerantieB2
пищевая непереносимость
Een voedselintolerantie geeft vooral darmklachten.
voedselveiligheidB2
безопасность пищевых продуктов
In de keuken gelden strenge regels voor voedselveiligheid.
voedselverspillingB2
пищевые отходы
Een derde van het eten gaat verloren door voedselverspilling.
voetA1
ступня
Mijn voet doet zeer.
vroegopsporingB2
раннее выявление
Vroegopsporing verhoogt de overlevingskans.
vruchtbaarheidB2
фертильность
De vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd.
vullingB2
пломба
De vulling is er weer uitgevallen.
wachtkamerA2
приёмная
Neemt u plaats in de wachtkamer.
wachtlijstB1
лист ожидания
Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.
wangA1
щека
Haar wangen zijn rood van de kou.
warming-upB2
разминка
Sla de warming-up nooit over.
welzijnB2
благополучие
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.

