Словарь
520 слов · страница 16 из 21
spreekuurA2
часы приёма
Het spreekuur is van negen tot elf.
staarB2
катаракта
Staar is goed te opereren.
stekende pijnB2
колющая боль
Ik voel een stekende pijn in mijn zij.
sterkA1
сильный
Hij is heel sterk.
stofwisselingB2
обмен веществ
Met de leeftijd vertraagt de stofwisseling.
stovenB2
тушить
Laat het vlees twee uur stoven.
stressB1
стресс
Door de drukte heb ik veel stress.
stressreductieB2
снижение стресса
Wandelen is een simpele vorm van stressreductie.
suikergehalteB2
содержание сахара
Het suikergehalte staat op de verpakking.
symptoomB1
симптом
Koorts is een bekend symptoom.
tabletB2
таблетка
Neem twee tabletten per dag.
tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
tandartsA2
стоматолог
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
tastzinB2
осязание
De tastzin in zijn vingers is verminderd.
teenA1
палец ноги
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
therapieB1
терапия
Hij volgt therapie na het ongeluk.
therapietrouwB2
приверженность лечению
Therapietrouw bepaalt vaak het resultaat.
therapievormB2
вид терапии
Er bestaan verschillende therapievormen.
thermometerA2
градусник
Meet even met de thermometer.
thuiszorgB1
уход на дому
Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.
tongA1
язык (орган)
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
transplantatieB2
трансплантация
Hij wacht op een transplantatie.
uithoudingsvermogenB2
выносливость
Hardlopen verbetert je uithoudingsvermogen.
uitslagB1
результат (анализа); сыпь
De uitslag van het bloedonderzoek is goed.
urineonderzoekB2
анализ мочи
Het urineonderzoek wees op een infectie.

