Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

8 слов · страница 1 из 1

  • genezenA2

    заживать, излечивать

    De wond is goed genezen.

  • gewondA2

    раненый

    Bij het ongeluk raakte niemand gewond.

  • gezichtA1

    лицо

    Was je gezicht met koud water.

  • gezondA2

    здоровый

    Hij eet heel gezond.

  • gezondheidstoestandA2

    состояние здоровья

    Zijn gezondheidstoestand is stabiel.

  • gipsA2

    гипс

    Zijn arm zit zes weken in het gips.

  • griepA2

    грипп

    Half kantoor heeft de griep.

  • griepprikA2

    прививка от гриппа

    Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.